Kort antwoord: hoe hebben de energieprijzen zich ontwikkeld? De energieprijzen in Nederland zijn sinds 1970 sterk veranderd. Na lage en stabiele prijzen in de jaren 60 en 70 zorgden oliecrisissen, belastingen, marktliberalisering en geopolitieke spanningen voor grote schommelingen. De periode 2021 tot 2023 bracht recordhoge gas- en stroomprijzen door de energiecrisis. In 2024 en 2025 zijn de prijzen weer gedaald, maar ze liggen nog altijd hoger dan vóór de coronapandemie.
Veranderingen in de energieprijzen worden vaak benoemd in het nieuws. Gas en stroom was in de jaren 70 een kleiner onderdeel van de vaste lasten. Schommelingen op de wereldmarkt, geopolitieke spanningen en veranderend overheidsbeleid hebben gezorgd voor forse prijsverschillen door de jaren heen. De energiecrisis van 2021–2023 bracht de tarieven naar historische hoogtes, terwijl recente jaren juist een daling laten zien. In dit artikel laten we de ontwikkeling energieprijzen van 1970 tot 2025 zien. Met duidelijke grafieken en historische cijfers krijg je een compleet beeld van hoe onze energiekosten zijn veranderd en wat dat betekent voor de toekomst. Alle prijzen in guldens zijn omgerekend naar euro’s.
Op zoek naar een lagere gasprijs en stroomprijs?
Met energie vergelijken vind je in 2 minuten de goedkoopste energiecontracten!
Inhoudsopgave
Laatste update 9-1-2026.
Wat wordt bedoeld met de ontwikkeling van energieprijzen?
Met de ontwikkeling van energieprijzen bedoelen we de veranderingen in de prijs van gas en elektriciteit voor huishoudens over een langere periode. Deze prijsontwikkeling wordt beïnvloed door factoren zoals wereldwijde olie- en gasprijzen, geopolitieke gebeurtenissen, overheidsbeleid (zoals energiebelasting), marktwerking, verduurzaming en de beschikbaarheid van energiebronnen. Door prijzen over meerdere decennia te vergelijken ontstaat inzicht in trends, pieken en structurele veranderingen in energiekosten.
Ontwikkeling van de energieprijzen in het kort (1970–2025).
De ontwikkeling van de energieprijzen in Nederland laat duidelijke fases zien. Elke periode wordt gekenmerkt door andere oorzaken, zoals geopolitiek, belastingen of verduurzaming.
1970–1979: Lage prijzen en oliecrisissen
Energie was goedkoop en een klein onderdeel van de vaste lasten. De oliecrisissen van 1973 en 1979 zorgden voor de eerste grote prijsstijgingen en maakten energiebesparing voor het eerst een thema.
1980–1989: Hoge prijzen gevolgd door daling
De jaren 80 begonnen met hoge gas- en stroomprijzen door instabiliteit in het Midden-Oosten. Halverwege het decennium daalden de prijzen weer door een wereldwijd overschot aan olie en gas.
1990–1999: Stabiele energieprijzen
In de jaren 90 zien we opvallend stabiele gas- en stroomprijzen. Energie bleef betaalbaar en vormde een relatief klein deel van de maandlasten, ondanks de introductie van energiebelasting.
2000–2009: Belastingen en marktliberalisering
Door veranderingen in energiebelasting en de liberalisering van de energiemarkt stegen de prijzen gestaag. Niet alleen energie zelf werd duurder, maar vooral belastingen en vaste kosten namen toe. De marktliberalisering zorgde ervoor dat je vanaf dat moment zelf een energieleverancier kon kiezen.
2010–2019: Gas wordt structureel duurder
In deze periode stijgen energieprijzen vooral door belastingen, netwerkkosten en de Opslag Duurzame Energie (ODE). Gas wordt bewust ontmoedigd, terwijl stroom relatief stabiel blijft.
2020–2025: Energiecrisis en correctie
De energiecrisis van 2021 tot 2023 zorgde voor historische pieken in gas- en stroomprijzen. Na overheidsingrijpen en dalende marktprijzen zijn de tarieven weer gedaald, maar ze liggen structureel hoger dan vóór corona.
Van goedkoop gas naar vaste last: introductie aardgas (1959–1969).
In de ontwikkeling van de gasprijs voor Nederlandse huishoudens zien we voor het eerst een gasprijs uit 1959. Jaren daarvoor, in 1951, werden in Coevorden voor het eerst huizen in Nederland aangesloten op aardgas. Na de vondst van het grote gasveld vlakbij Slochteren werd gas in steeds meer Nederlandse huishoudens beschikbaar. De gasprijs begon in 1959 op omgerekend 17,2 eurocent volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. In die tijd moest het hele netwerk om gas van Groningen naar de rest van Nederland te brengen nog aangelegd worden en de exclusiviteit van gas zorgde voor deze prijs. De prijs daalde in de jaren daarna tot 16,1 eurocent in 1963.
In die jaren was gas nog maar zo’n 2% van het totale energieverbruik. Kolen en aardolie werden steeds meer vervangen voor gas toen het gasnet steeds verder uitgebreid werd. Op 25 juli 1963 werd het grote gasveld ‘Groningerveld’ officieel in gebruik genomen en daalde de gasprijs een jaar later naar 10,8 eurocent per m3. In 1969 betaalde je nog maar 5,9 eurocent per m3 gas. De gaswinning werd vergroot en steeds meer huizen gebruikten gas. Het gasverbruik in Nederland wordt gemeten in petajoule en was in de eerste jaren als volgt.
Gasverbruik 1960 – 1969.
| Jaar | Gasverbruik in Nederland in petajoule. |
| 1960 | 12 |
| 1961 | 16 |
| 1962 | 18 |
| 1963 | 20 |
| 1964 | 28 |
| 1965 | 55 |
| 1966 | 105 |
| 1967 | 189 |
| 1968 | 312 |
| 1969 | 458 |
In 1968 werd Egmond aan Zee als laatste gemeente aangesloten op het gasnetwerk. Stroom bleef in de jaren 50 en de eerste 5 jaren van de jaren 60 altijd tussen de 4,3 eurocent en 5,7 eurocent per kWh, waarbij de prijs eind jaren 60 daalde naar 4,0 eurocent.
Oliecrisissen maken energie kwetsbaar (1970–1979).
De stroomprijs en gasprijs bleef in de eerste jaren van de jaren 70 stabiel. De oliecrises van 1973 en 1979 zorgden voor plotselinge en scherpe prijsstijgingen.
In 1970 betaalde een huishouden gemiddeld slechts 5,7 eurocent per kubieke meter gas en 4 eurocent per kilowattuur elektriciteit. Deze prijzen bleven in de eerste jaren behoorlijk stabiel, waardoor energie een klein deel van de totale vaste lasten was.
In 1973 brak de eerste oliecrisis uit, veroorzaakt door politieke spanningen in het Midden-Oosten en een beperking van olielevering door de OPEC-landen. OPEC-landen staat voor de Organistatie van olie exporterende landen. Hoewel Nederland dankzij de aardgasreserves uit Groningen minder afhankelijk was van olie voor verwarming voelden huishoudens toch de gevolgen. De gasprijs steeg in 1974 naar 6,3 eurocent en liep in de jaren daarna gestaag op tot 12,1 eurocent in 1979. Ruim een verdubbeling in iets minder dan tien jaar. In 1974 was het gebruik van gas goed voor de helft van het totale energieverbruik in Nederland.
Stroom ging ook mee in de prijsstijging. Van 4 eurocent in 1970 liep de prijs op naar 7,4 eurocent in 1979. Hogere brandstofprijzen voor elektriciteitscentrales en investeringen in infrastructuur waren vooral de oorzaak. Zoals we bijvoorbeeld hebben geschreven in ons artikel over de verwachting energieprijzen 2026 is de olieprijs en de stroomprijs aan elkaar gekoppeld. Een hogere olieprijs levert ook een hogere stroomprijs op.
Door nog een crisis in 1979 werd het duidelijk voor de overheid dat energie ook niet beschikbaar kon zijn. Er werd moeite gedaan om duidelijk te maken dat je niet oneindig veel energie kon gaan gebruiken. Besparen en isoleren kwam onder de aandacht te staan.
Gas- en stroomprijzen 1970 – 1979
| Jaar | Gasprijs (eurocent/m³) | Stroomprijs (eurocent/kWh) |
|---|---|---|
| 1970 | 5,7 | 4,0 |
| 1971 | 5,6 | 4,1 |
| 1972 | 5,4 | 4,1 |
| 1973 | 5,4 | 4,2 |
| 1974 | 6,3 | 4,6 |
| 1975 | 8,5 | 5,9 |
| 1976 | 10,2 | 6,7 |
| 1977 | 10,7 | 7,0 |
| 1978 | 11,3 | 6,9 |
| 1979 | 12,1 | 7,4 |

Hoge prijzen en prijsschommelingen (1980–1989).
Door de oliecrisis in 1979 begon de jaren 80 met hoge energieprijzen. De instabiliteit in het Midden-Oosten dat werd veroorzaakt door de Iraanse Revolutie en de daaropvolgende Iran-Irakoorlo leidde tot forse prijsstijgingen op de wereldmarkt voor olie en gas.
In Nederland steeg de gasprijs van 14,4 eurocent per m3 in 1980 naar 25,9 eurocent in 1985. Deze ontwikkelingen schrijven we ook regelmatig in artikelen over de verwachte energieprijzen en recentelijk nog in een artikel over het conflict tussen Iran en Israël. Bij spanning tussen landen zie je eigenlijk altijd prijsstijgingen voor olie en energie.
De stroomprijs per kWh steeg van 8,8 cent in 1980 naar rond de 11 cent midden jaren tachtig. Deze stijging had niet alleen te maken met grondstofkosten, maar ook met investeringen in infrastructuur en strengere milieueisen voor kolencentrales.
In 1986 begonnen de energieprijzen weer te dalen. Wereldwijd daalden de olieprijzen doordat er meer geproduceerd werd dan er gevraagd werd. De OPEC-landen en andere olieproducenten voerden een prijsoorlog. Voor Nederland betekende dit dat de gasprijs daalde van 25,7 cent in 1986 naar 17,2 cent in 1989. Ook stroomprijs daalde in dezelfde periode.
Door de prijsdalingen kwam energiebesparing aan het einde van de jaren 80 weer minder onder de aandacht dan in het begin van de jaren 80. De gasprijs was van 1980 tot 1989 wel gestegen van 14,4 eurocent naar 17,2 eurocent.
Gas- en stroomprijzen 1980 – 1989
| Jaar | Gasprijs (eurocent/m³) | Stroomprijs (eurocent/kWh) |
|---|---|---|
| 1980 | 14,4 | 8,8 |
| 1981 | 18,8 | 10,4 |
| 1982 | 22,1 | 10,8 |
| 1983 | 23,5 | 10,7 |
| 1984 | 24,8 | 10,8 |
| 1985 | 25,9 | 11,0 |
| 1986 | 25,7 | 8,7 |
| 1987 | 18,2 | 8,2 |
| 1988 | 17,8 | 7,9 |
| 1989 | 17,2 | 8,0 |

Jaren van stabiliteit en lage lasten (1990–1999).
Na 2 decennia waarin de energieprijzen op en neer gingen was het in de jaren 90 heel anders. Vooral de gasprijzen bleven behoorlijk stabiel. Begin jaren 90 lag de gasprijs rond de 20 eurocent per m³ en bleef deze tot het midden van het decennium grotendeels gelijk, met slechts kleine schommelingen. In 1991 vond nog een kleine stijging plaats, maar daarna bleven de prijzen opvallend constant. De stijging en daling was in deze jaren altijd minder dan 3 eurocent per m3 gas.
Dat de olieprijs minder schommelde was één van de redenen voor de stabiliteit. Ook werden er steeds meer contracten met vaste prijsafspraken afgesloten. In 1997 was er een lichte stijging van de gasprijs door internationale veranderingen in de olieprijs.
De stroomprijzen lagen aan het begin van de jaren 90 rond de 8,2 eurocent per kWh. Ook de stroomprijs bleef stabiel met een lichte stijging naar 8,7 eurocent per kWh in 1997. In die jaren moesten door investeringen in netwerken gefinancierd worden. In de laatste jaren van de jaren 90 begon de voorbereiding op de herstructurering van de energiemarkt. In 1996 besloot de Europese Unie dat de energiemarkt geliberaliseerd moest worden en er dus geconcureerd moest kunnen worden door verschillende energieleveranciers.
In Nederland betekende dit dat energiebedrijven zich moesten opsplitsen in productie, transport en levering. Dat leidde tot meer transparantie in prijzen.
De stabiele prijzen maakten energie nog steeds tot een relatief klein onderdeel van de vaste lasten. De prijzen voor gas en stroom waren een stuk lager dan in 1985, terwijl het gemiddelde brutoloon 1999 ten opzichte van 1985 met ruim 30% was toegenomen. In 1996 werd wel de energiebelasting ingevoerd.
Gas- en stroomprijzen 1990 – 1999
| Jaar | Gasprijs (eurocent/m³) | Stroomprijs (eurocent/kWh) |
|---|---|---|
| 1990 | 19,7 | 8,2 |
| 1991 | 22,4 | 8,2 |
| 1992 | 21,7 | 8,0 |
| 1993 | 19,9 | 8,2 |
| 1994 | 20,5 | 8,2 |
| 1995 | 20,3 | 8,3 |
| 1996 | 20,0 | 8,4 |
| 1997 | 22,3 | 8,7 |
| 1998 | 21,8 | 8,7 |
| 1999 | 22,0 | 8,8 |

Van 1999 is ons geen exacte gasprijs en stroomprijs bekend. Daarom zijn de energieprijzen van dit jaar een schatting.
Liberaliserende markt en stijgende belastingen (2000–2009).
De energiemarkt kreeg in eerste jaren van het nieuwe milenium te maken met verschillende wijzigingen. Zo werd in per 2001 de energiebelasting veranderd. Voor 2001 betaalde je geen energiebelasting tot een verbruik van 800 m3 gas. Vanaf 2001 is het systeem veranderd en werd de energiebelasting geheven over het daadwerkelijke verbruik van gas en elektriciteit met een teruggaaf de vermindering energiebelasting, de heffingskorting, voor iedereen.
Vanaf 2004 was de oude situatie ten einde. Je had geen energieleverancier meer op basis van je woonplaats, maar kon nu zelf een energieleverancier kiezen. Zo ontstond de liberaliserende markt. Het netbeheer werd wel gekoppeld aan regio’s en dat is altijd zo gebleven. Door de scheiding van taken onstonden er extra administratieve kosten en investeringen die (deels) bij consumenten terechtkwamen.
Deze extra kosten en jaarlijkse verhogingen van de energiebelasting zorgen voor een steeds oplopende prijs voor gas en stroom. In 2005 en 2006 stegen de prijzen fors doordat de energievraag steeds groter werd en de verhouding tussen vraag en aanbod anders kwam te liggen.
In 2008 begon de kredietcrisis. Deze financiële crisis zorgde ervoor dat er met name in de industrie minder vraag was naar energie, maar door de stijgende belasting bleven de energieprijzen stijgen. Niet alleen de energie zelf werd dus tussen 2000 en 2009 duurder, maar vooral de aanvullende kosten gingen omhoog.
Gas steeg van ongeveer €0,29 per m3 in 2000 naar €0,70 in 2009 en stroom liep op van ongeveer €0,13 per kWh naar €0,20 per kWh.
De gasprijs en de stroomprijs van 2008 en 2009 is zover wij weten niet exact gedocumenteerd en is daarom geschat.
Gas- en stroomprijzen 2000 – 2009
| Jaar | Gasprijs (eurocent/m³) | Stroomprijs (eurocent/kWh) |
|---|---|---|
| 2000 | 28,9 | 13,3 |
| 2001 | 37,8 | 14,0 |
| 2002 | 33,0 | 14,2 |
| 2003 | 34,0 | 14,5 |
| 2004 | 36,0 | 15,0 |
| 2005 | 40,0 | 16,0 |
| 2006 | 44,0 | 16,5 |
| 2007 | 47,0 | 17,0 |
| 2008 | 48,0 | 18,0 |
| 2009 | 50,0 | 19,0 |

Gas structureel duurder door beleid en belastingen (2010–2019).
De gasprijs lag in 2010 rond de 63 eurocent per m3 en de stroomprijs rond de 22 eurocent per kWh. Door steeds hoger wordende energiebelastingen en netwerkkosten zijn de prijzen voor gas en stroom steeds gestegen. Zo werd op 1 januari 2013 de ODE (Opslag Duurzame Energie) ingevoerd als extra verhoging.
De overheid voerde dit in om de energietransitie te bekostigen. Zonnepanelen werden steeds populairder en er werden ook steeds meer windmolens geplaatst. Complete velden met zonnepanelen, zonneparken, moesten zorgen voor een verlaging van het verbruik van fossiele brandstoffen. Deze zijn erg vervuilend en zullen ook in de verre toekomst op raken.
In 2019 betaalde een gemiddeld huishouden bijna 80 eurocent per m3 gas en ruim 23 eurocent per kWh stroom. Zo bleef stroom stabiel, maar werd gas steeds duurder. Energie besparen kwam meer onder de aandacht en online energie vergelijken populairder. De opwarming van de aarde en de gevolgen voor het milieu werden ook steeds meer besproken. In 2015 werd het Klimaatakkoord in Parijs afgesloten en het Klimaatakkoord in Nederland volgde in 2019. Minder C02-uitstoot is daarin het doel en het ontmoedigen van gasverbruik is de grote oplossing volgens de overheid.
Per 2018 worden nieuwbouwhuizen niet meer op het gasnet aangesloten. Door gasvrije woningen als standaard te bouwen en subsidies te verhogen voor energiebesparende maatregelen hoopte de regering op een afname van de CO2-uitstoot van 50% in 2030 in vergelijking met 1990. In 2050 wil Nederland gasvrij zijn. Dit beperkt de C02-uitstoot en zorgt ervoor dat Nederland niet meer afhankelijk is van de gasleveringen van andere landen. Door de verlaging van het winnen van gas in Groningen werd Nederland afhankelijker van Russisch gas.
In deze periode bleek de stijging vooral door de belastingverhogingen te komen. De daadwerkelijke marktprijzen hadden daar veel minder invloed op. Voor veel huishoudens werd dit het moment om bewust te kijken naar energiebesparende maatregelen en alternatieve verwarmingsmethoden, zoals hybride warmtepompen of infraroodpanelen.
Gas- en stroomprijzen 2010 – 2019
| Jaar | Gasprijs (eurocent/m³) | Stroomprijs (eurocent/kWh) |
|---|---|---|
| 2010 | 61 | 21 |
| 2011 | 63 | 22 |
| 2012 | 65 | 23 |
| 2013 | 72 | 23 |
| 2014 | 74 | 22 |
| 2015 | 70 | 21 |
| 2016 | 67 | 20 |
| 2017 | 72 | 21 |
| 2018 | 78 | 22 |
| 2019 | 83 | 23 |

Energiecrisis en overheidsingrijpen (2020–2025).
Met de steeds hoger wordende energiebelasting gaat het vanaf 2020 steeds meer over verduurzamen. Zo is een energielabel voor je woning verplicht, gaan de subsidies voor isolatie en andere energiebesparende maatregelen steeds verder omhoog. De hybride warmtepomp krijgt de meeste aandacht. Deze is goedkoper dan de full-electric warmtepomp, maar heeft nog wel hulp nodig van de cv-ketel wanneer het kouder is dan 5 graden. De hybride warmtepomp is dan ook een stuk goedkoper en lijkt een goede tussenoplossing om het gasverbruik terug te dringen.
Door het ontstaan van de Coronapandemie kelderde de bedrijvigheid in veel sectoren. De energievraag daalde en ook de olieproductie werd teruggeschroefd. Ondanks de olieprijzenoorlog tussen Rusland en Saoedi-Arabië in 2020 reageerde de OPEC traag op het herstel van de vraag na de pandemie. Met steeds meer sectoren die weer (bijna) volledig werkten als voor de pandemie was er weer veel energie nodig, maar het aanbod was nog lang niet weer daarop ingesteld.
Hierdoor volgden grote prijsstijgingen die de mensen raakten met een dynamisch en variabel energiecontract. Met een vast contract en de veel lagere energieprijs van voor de Coronaperiode kon je je ineens duizenden euro’s besparen. In de energieprijzen zien we dit terug vanaf oktober 2021. De tabel en de grafiek laten de gemiddelde energieprijzen zien voor variabele contracten.
Uitgelicht
Energie vergelijken 2026: bespaar tot €500 en vind direct de goedkoopste deal.
Vind het goedkoopste energiecontract met onze energievergelijker! Dit duurt maar 2 minuten en levert je 100’en euro’s op!
Energiekosten berekenen: energierekening en bespaarmogelijkheden in handig overzicht!
Wil jij je energiekosten berekenen en kijken wat het effect is op je energierekening wanneer je kiest voor een ander tarief of energiebesparende maatregel? Bereken het met onze calculator!
Dynamisch energiecontract: goedkoper dan vast of variabel in 2026?
Het dynamisch energiecontract met dynamische energieprijzen wordt steeds populairder. Is dit goedkoper dan de traditionele contracten? Lees hier de voordelen en nadelen!
Veel mensen kwamen in de financiële problemen door maandelijks honderden euro’s te moeten betalen voor energie. Met het energieplafond in 2023 werd er een maximumprijs ingesteld per m3 gas en per kWh stroom. Deze werd weer begrenst door een verbruiksplafond. Daarboven betaalde je in sommige energiecontract tijdelijk wel €1 per kWh stroom en wel €4 per m3 gas! Bovenop het energieplafond kwam de energietoeslag voor lage inkomens en het noodfonds. Dit noodfonds stelde energieleveranciers in staat soepeler om te gaan met betalingsverplichtingen en de achterstand daarvan. Hoe hoog de achterstand ook was: door het noodfonds kon je tot en met 31 maart 2023 niet afgesloten worden van energie.
In de de jaren daarna daalden de energieprijzen weer fors, maar niet naar het niveau van voor de Coronatijd. Hybride warmtepompen werden duurder en minder interessant, terwijl er steeds meer mensen geïnteresseerd waren in het beperken van het gasverbruik. Met zonnepanelen, de salderingsregeling en een elektrische manier van verwarmen kon je nog veel geld besparen. De salderingsregeling was vaak onderwerp van gesprek in de regering en er is na enkele keren uitstel besloten dat deze per 1 januari 2027 zonder afbouw in één keer stopt.
Zonnepanelen worden daardoor minder winstgevend, maar nog steeds zeer interessant. In 2024 was er echter nog een maatregel die de winst van zonnepanelen fors verkleinde. Met terugleverkosten betaal je geld voor de stroom die je opwekt, niet direct zelf verbruikt en daardoor eerst weer het stroomnet opstuurt. Doordat zonnepanelen zo interessant waren zijn er veel consumenten en bedrijven geweest die ook honderden euro’s per jaar wilde besparen dankzij zonnestroom. Het bleek echter dat het stroomnet de vele opgewekte stroom niet altijd aankan en daarvoor betaalt de consument nu de rekening. De terugleverkosten zijn ook bij het originele schrijven van dit artikel in augustus 2025 nog steeds van kracht en lijken in ieder geval niet te stoppen voordat de salderingsregeling is afgeschaft in 2027.
De ontwikkeling energieprijzen van de afgelopen jaren zorgden voor de grootste verschillen ooit. Zo kan het zijn dat je in de grafiek van deze periode een gemiddelde prijs ziet die jijzelf nooit hebt betaald of juist een prijs waarbij je denkt: ‘Maar ik betaalde in die tijd nog veel meer!’
Gas- en stroomprijzen 2020 – 2025
| Jaar | Gasprijs (eurocent/m³) | Stroomprijs (eurocent/kWh) |
|---|---|---|
| 2020 | 81 | 28 |
| 2021 | 96 | 28 |
| 2022 | 286 | 61 |
| 2023 | 174 | 43 |
| 2024 | 139 | 31 |
| 2025 | 136 | 31 |
De energieprijs van 2025 is gebaseerd op januari tm juli. Door de vaak wat goedkopere zomermaanden is het goed mogelijk dat de gemiddelde prijs na het hele jaar lager uit zal vallen.

Energie vergelijken is steeds meer lonend. Energieleveranciers bieden verschillende contractsoorten aan. Zo vind je in de zoekresulaten op energievergelijkers dezelfde energieleverancier met wel 5 verschillende vaste contracten en allemaal hun eigen prijzen. De scherpe tarieven die worden aangeboden om mensen te laten overstappen kunnen heel erg veel verschillen met die van een energieleverancier waar je al jaren bij zit en zogenaamde slaperstarieven betaalt, omdat je je niet verdiept hebt in goedkope energie.
In augustus 2025 voerden wij als voorbeeld 3500 kWh stroom en 1500 m3 gas als verbruik in. Het verschil in het aanbod van de beste deal en de minst gunstige deal op plek 49 in de resulaten is als volgt:
| Plek in de resultaten van de energievergelijker | Stroomprijs per kWh | Gasprijs per m3 | Maandelijkse energiekosten | Jaarlijkse energiekosten |
| 1 | €0,26747 (normaal tarief)€0,26016 | €1,2406 | €2551,76 | €2551,76 |
| 49 | €0,31646 | €1,44397 | €299,02 | €3588,22 |
Ook de vaste leveringskosten zijn een stuk goedkoper (€12 per product) bij de deal op plek 1. Energie vergelijken duurt nog geen 2 minuten en zorgt ervoor dat jij makkelijk een lage stroomprijs en een lage gasprijs kan vinden. Mogelijk bespaar je je €1036,46 per jaar!
Energieprijzen vergeleken met het modaal inkomen.
Energieprijzen worden vaak los bekeken, maar pas in verhouding tot het inkomen wordt duidelijk hoe zwaar de energierekening werkelijk drukt. Daarom vergelijken we hieronder de energiekosten van een gemiddeld huishouden met het modaal inkomen door de jaren heen.
| Jaar | Modaal inkomen (bruto/jaar) | Gem. energiekosten/jaar | % van inkomen |
|---|---|---|---|
| 1980 | ± €13.000 | ± €600 | ± 4,6% |
| 2000 | ± €27.000 | ± €1.200 | ± 4,4% |
| 2010 | ± €33.000 | ± €1.600 | ± 4,8% |
| 2022 | ± €38.000 | ± €3.500 | ± 9,2% |
| 2024 | ± €40.000 | ± €2.400 | ± 6,0% |
Tijdens de energiecrisis liep het aandeel van energie in het inkomen op tot bijna het dubbele van wat decennialang normaal was. Ook na de prijsdaling blijft energie relatief duur.
Aandeel energie in vaste lasten: toen en nu.
In de jaren 60 en 70 was het aandeel van energie in vaste lasten goed voor slechts een klein percentage. Wonen, verzekeringen en voeding wogen zwaarder dan gas en stroom.
Door stijgende energiebelastingen, hogere netwerkkosten en de afbouw van goedkope gaswinning is dat veranderd. Vooral vanaf 2010 groeide energie uit tot een structurele hogere kostenpost. Tijdens de energiecrisis werd energie voor veel huishoudens tijdelijk één van de grootste vaste lasten, soms zelfs groter dan de huur of hypotheek.
Het percentage is na de Coronacrisis weer aan het dalen, maar energie blijft structureel duurder dan vroeger. Dat verklaart waarom energiebesparing, isolatie en gasloos verwarmen tegenwoordig niet alleen duurzaam, maar ook financieel interessanter zijn geworden.
Hoe groot is de energierekening binnen de vaste lasten?
In de jaren 80 en 90 was energie een relatief kleine vaste last. Wonen en zorg waren de grootste kostenposten. Sinds 2021 is energie structureel verschoven naar de top van de vaste lasten.
| Periode | Energie als % vaste lasten |
|---|---|
| 1980–1995 | 6–8% |
| 2000–2015 | 8–10% |
| 2021–2023 | 18–25% |
| 2024–2025 | 12–15% |
Hierdoor voelen zelfs kleine prijsstijgingen direct pijnlijk, omdat energie inmiddels een veel groter deel van het huishoudbudget opslokt.
Energieprijzen gecorrigeerd voor inflatie: wat betaalden we echt?
Wanneer je energieprijzen door de jaren heen vergelijkt is het belangrijk om te kijken naar prijzen gecorrigeerd voor inflatie. Een gasprijs van 20 eurocent in 1980 lijkt laag, maar in die tijd had het een veel grotere koopkrachtimpact dan dat je bij dat bedrag vandaag zou denken. Omgerekend naar het prijsniveau van 2025 komt die gasprijs neer op ongeveer €0,65 tot €0,70 per m3. Daarmee is gas in reële termen lange tijd relatief betaalbaar gebleven, ondanks stijgingen in prijs.
De grote verandering zien we pas vanaf 2021. Zelfs na correctie voor inflatie lagen de gasprijzen in 2022 en 2023 historisch hoog. Niet alleen door marktwerking, maar vooral door belastingverhogingen, geopolitieke spanningen en beperkte aanvoer. Ook de stroomprijs liet eenzelfde patroon zien vergeleken met het inkomen lag de stroomprijs procentueel veel hoger dan in voorgaande decennia.
Dit verklaart waarom de energiecrisis zo hard werd gevoeld, ondanks dat energieprijzen in het verleden ook al meerdere keren fors stegen.
Ontwikkeling energieprijzen komende jaren.
De energieprijzen zijn dus niet meer zo extreem hoog, maar vooral gas is een stuk duurder dan voor de Coronapandemie. De ontwikkeling energieprijzen komende jaren is door politieke spanningen moeilijk te voorspellen. Blijven conflicten en oorlogen uit dan is het aannemelijk dat de stroomprijs nog iets gaat dalen door de vele zonnestroom en de hopelijk opgeloste netcongestie. Dit betekent dat het stroomnet door uitbreiding niet meer overbelast raakt en de terugleverkosten kunnen verdwijnen.
De gasprijs lijkt nog wel enkele jaren te gaan stijgen. De energiebelasting zal, zo vermoeden wij, verder gaan stijgen om gasverbruik minder aantrekkelijk te maken. Mogelijk wordt de gasprijs verder verhoogd door europese regelgeving rondom emissierechten en de verplichting om duurder groen gas toe te voegen aan goedkoper grijs gas.
Een vast contract afsluiten lijkt daarom verstandig. Ook omdat je je hiermee beschermd tegen prijsstijgingen, hoewel je ook niet meegaat in prijsdalingen. In de verre toekomst zou het zo kunnen zijn dat gas weer wat goedkoper wordt, omdat steeds meer mensen dan elektrisch verwarmen en mogelijk ook elektrisch rijden.
Veelgestelde vragen over energieprijzen.
De energieprijzen worden beïnvloed door internationale markten, geopolitieke spanningen, belastingen, weersomstandigheden en vraag en aanbod. Omdat Nederland sterk afhankelijk is van import werken wereldwijde gebeurtenissen snel door in de prijzen voor huishoudens.
Nee, waarschijnlijk blijft energie altijd duurder vergeleken met voor 2020. Belastingen, netwerkkosten en productiekosten zijn structureel hoger dan vóór 2020. Hierdoor blijft de energierekening gemiddeld hoger dan in de periode vóór de coronapandemie. Vooral gas zal duurder blijven, omdat met steeds hogere belastingen het verbruik minder aantrekkelijk gemaakt wordt. Gas is een fossiele brandstof die op zal raken en vervuilend is. Klimaatdoelen richten zich op het aansporen van het verbruiken van groene stroom in plaats van aardgas.
Tijdens eerdere olie- en energiecrisissen stegen inkomens en bleef energie een kleiner percentage van de vaste lasten. In 2021 tot 2023 stegen energieprijzen sneller dan inkomens, waardoor een groter percentage van je inkomen besteed werd aan gas en stroom.
Ja. Investeringen in duurzame energie, uitbreiding van het elektriciteitsnet vanwege netcongestie en afbouw van aardgas zorgen op korte termijn voor hogere kosten. Op de lange termijn kan dit juist leiden tot stabielere energieprijzen, hoewel gas waarschijnlijk door belastingverhogingen onaantrekkelijker gemaakt gaat worden.
Het energieverbruik hangt af van woningtype, isolatie, gezinssamenstelling en verwarmingswijze. Daardoor kan dezelfde prijs per kWh of m3 gas bij het ene huishouden een veel grotere impact hebben dan bij het andere. Het kan natuurlijk ook zijn dat je met energie vergelijken een goedkoper energiecontract met een lagere gasprijs en/of stroomprijs hebt gevonden, waardoor je per kWh stroom en m3 gas minder betaalt dan anderen.
Lage energieprijzen vinden in 2 minuten.
We raden aan om 2 minuten de tijd te nemen om lage energieprijzen te vinden door energieprijzen te vergelijken met de energievergelijker. Veel energieleveranciers bieden lage energietarieven aan voor stroom en gas in de hoop jou als klant binnen te halen. Met een welkomstbonus die je elke keer bij een overstap kan ontvangen is jaarlijks overstappen een goede keuze, maar we begrijpen het goed als je een langer vast contract de voorkeur geeft om zo jezelf te beschermen tegen mogelijk prijsstijgingen. De welkomstbonus die we bij deal 1 krijgen was €510. Bekijk nu hoeveel geld jij je kan besparen!
Op zoek naar een lagere gasprijs en stroomprijs?
Met energie vergelijken vind je in 2 minuten de goedkoopste energiecontracten!
Meer weten over energieprijzen?
- Bekijk de verwachting energieprijzen van 2026.
- Historie van de energierekening vs het inkomen.
- De laagste energieprijzen in 2 minuten vinden.
- Energiekosten berekenen en vergelijken met andere contracten, de gemiddelde energierekening in Nederland en hoe je de energierekening kan verlagen met verschillende bespaarmogelijkheden.
€1000 minder betalen voor energie!?!
Dit was het verschil in het aanbod van Berts energieleverancier om zijn contract verlengen en het aanbod van andere energieleveranciers om over te stappen.
Met 2 minuten energie vergelijken kreeg hij:
- Gas 10 cent goedkoper.
- Stroom tot 6 cent goedkoper.
- Lagere terugleverkosten.
- Lagere vaste leveringskosten.
- €240 welkomstbonus.